Er is discussie over de rechtsgeldigheid van een schenking. Hoe zit dat juridisch?

Er is discussie over de rechtsgeldigheid van een schenking. Hoe zit dat juridisch?

Schenkingen tussen ouders en kinderen zijn de normaalste zaak van de wereld.  Onder het motto: “beter met de warme dan met de koude hand” bieden ouders hun kinderen vaak financiële ondersteuning.

Toch zijn er situaties waarin deze vrijgevigheid een ongemakkelijk gevoel oplevert. Berichten over financieel ouderenmisbruik zijn aan de orde van de dag. Naar schatting waren er in 2009 ongeveer 30.000 ouderen slachtoffer van financieel misbruik. De meeste daders behoren tot de familiekring van het slachtoffer.

Bewijslast

Als het gaat om schenkingen is vaak het motto: “eens gegeven blijft gegeven”, maar wat als een schenking tegen de zin van de gever tot stand is gekomen? Of een geldbedrag al dan niet vrijwillig is afgestaan door de gever zal vaak ontaarden in een welles-nietes discussie, vaak ook omdat dergelijke afspraken in besloten kring worden gemaakt en er niets over op papier wordt gezet.

Daarmee ontstaat vaak een bewijsprobleem, want degene die moet aantonen of er wel of geen schenkingsafspraak is gemaakt zal dat vaak niet kunnen aantonen. Als bijvoorbeeld de schenkende partij het geschonken bedrag terug wil vorderen, zal de schenker moeten aantonen dat de schenkingsovereenkomst niet rechtsgeldig is.

Misbruik van omstandigheden

Maar de wet komt degene die slachtoffer is geworden van misbruik van omstandigheden te hulp en geeft een bijzondere bewijslastverdeling bij dit soort discussies. Op het moment dat een schenking tot stand is gekomen op basis van misbruik van omstandigheden, is het aan de ontvangende partij om te bewijzen dat dit niet het geval is geweest.

Niet alle bewijsproblemen omtrent schenkingen kunnen op deze manier worden opgelost. Soms komt pas na het overlijden van vader of moeder aan het licht dat er geld is verdwenen, zoals in de navolgende zaak waar mr. W.S. Santema bij was betrokken.

Uitspraak Hof Den Haag 24 mei 2016

Na het overlijden van haar moeder kreeg  de dochter het gevoel dat er iets niet klopte.

Er bleek veel minder spaargeld te zijn dan er volgens haar zou moeten zijn.  Na lang aandringen bleek dat twee broers in de dagen voor het overlijden van moeder een groot deel van het spaargeld hadden opgenomen. De broers stelden zich op het standpunt dat moeder dit geld aan hen had geschonken. Enig bewijs voor deze schenking konden zij niet leveren – maar ook de dochter kon andersom niet aantonen dat het niet zo was gegaan.

Er ontstond een juridische strijd over wie van de partijen nu eigenlijk moet aantonen dat er wel of geen schenking was gedaan door moeder op haar sterfbed. De rechtbank vond dat het aan de dochter was om aan te tonen dat er geen sprake was van een schenking.

In hoger beroep besliste het Hof dat de broers het bewijs moesten leveren dat er sprake was van een schenking. Omdat dit bewijs niet kon worden geleverd, moest het geld terug in de erfenis worden gebracht.

 

rechtgeldigheid van schenking

Er is discussie over de rechtsgeldigheid van een schenking. Hoe zit dat juridisch? En de gehele uitspraak op pdf  → klik hier

 

 

Er is discussie over de rechtsgeldigheid van een schenking Hoe zit dat juridisch


 

 

Gerechtshof Den Haag.
Datum uitspraak 24-05-2016
Datum publicatie 03-06-2016
Zaaknummer 200.171.269/01
Rechtsgebieden Civiel recht
Bijzondere kenmerken Hoger beroep
Inhoudsindicatie:

Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Omvang legitieme portie. Vraag of opgenomen gelden al of niet een gift zijn (geweest). Erkenning dat geld is opgenomen, maar ten titel van schenking is een ja.. maar verweer. Geen specifiek bewijsaanbod ter zake deze titel (gift) gedaan. Onrechtmatige toe-eigening van gelden noopt tot schadevergoeding aan de gezamenlijke erfgenamen (nalatenschap). Wettelijke rente. Vordering tot verdeling.

arrest van 24 mei 2016
inzake [de dochter] , wonende te [woonplaats] ,
appellante, hierna te noemen: appellante,
advocaat: mr. W.S. Santema te Sneek,
tegen
1. [de stiefzoon] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerde, hierna te noemen: geïntimeerde sub 1, advocaat: mr. J. Groot Koerkamp te Zoetermeer,
2. [zoon een] , wonende te Nieuwerbrug aan den Rijn, gemeente Bodegraven, geïntimeerde, hierna te noemen: geïntimeerde sub 2, advocaat: mr M.P.J. Frederiks te Woerden, hierna tezamen ook: geïntimeerden.

Lees de hele uitspraak op Rechtspraak.nl