Legitieme portie

Legitiem portie. Telefoonnummer Santema Advocatuur

1. Waar heb ik recht op als ik ben onterfd?

Ieder kind heeft recht op een minimum bedrag als het gaat om de nalatenschap van diens ouders, de zogenoemde legitieme portie. De legitieme portie is het gedeelte van de waarde van het vermogen van uw ouders waar u als kind altijd recht op heeft, ongeacht de inhoud van het testament en in weerwil van gedane giften.

De legitieme wordt verkregen in de vorm van een vordering. De legitimaris wordt door een beroep te doen geen mede-eigenaar van de goederen van de nalatenschap.

2. Kan ik ook een beroep doen op de legitieme als ik niet onterfd ben?

Het recht op de legitieme geldt niet alleen voor onterfde kinderen, maar is van toepassing op alle kinderen. In sommige situaties is het ook voor niet-onterfde kinderen van belang een beroep te doen op de legitieme, dit wordt vaak een aanvullend beroep op de legitieme genoemd.

3. Hoe groot is mijn legitieme?

Het legitieme deel is naar huidig erfrecht de helft van een gewoon kindsdeel. Dat wil zeggen: het breukdeel is de helft van het breukdeel bij versterf.

Voorbeeld breukdeel legitieme

X en Y zijn gehuwd en hebben 3 kinderen, A,B en C. Als X overlijdt en geen testament heeft gemaakt, erven Y en de kinderen ieder 1/4e deel van de nalatenschap. Het legitieme deel van ieder kind is dan 1/8e.

Welke waarde de legitieme heeft, is afhankelijk van de waarde van het nagelaten vermogen.
Dit saldo wordt berekend aan de hand van het op het moment van overlijden aanwezige vermogen. Ook de begrafeniskosten worden op dat saldo in mindering gebracht. Naast het saldo van baten en lasten worden ook de gedane schenkingen en giften meegeteld.
De giften of schenkingen die de legitimaris zelf heeft ontvangen, worden afgetrokken van de legitieme.

Voorbeeld berekening legitieme:

X en Y zijn gehuwd en hebben 3 kinderen, A,B en C.
X overlijdt en heeft geen testament gemaakt. Bij overlijden bestaat de huwelijksgemeenschap uit een totaal aan baten van € 100.000,– en schulden ad € 60.000,–. Er is een positief saldo van € 40.000,– waarvan de helft in de nalatenschap valt (de andere helft behoort aan Y op basis van de huwelijksgemeenschap).

Iedere erfgenaam verkrijgt 1/4e van 20.000,– = € 5.000,– De kinderen verkrijgen dit erfdeel in de vorm van een niet-opeisbare vordering. Dit bedrag wordt pas uitgekeerd op het moment van overlijden van Y.
Stel dat X kind A heeft onterfd. A heeft dan recht op een legitieme van € 2.500,–. Ook dit bedrag wordt pas opeisbaar op het moment van overlijden van Y.

Voorbeeld: A en B zijn erfgenaam. De totale erfenis bedraagt netto € 10.000,00. B heeft echter in het verleden een schenking gehad van € 50.000,00. Als de erfenis gewoon wordt gedeeld tussen beide erfgenamen krijgt ieder € 5.000,00. Erfgenaam A kan echter een beroep doen op de legitieme. Voor de berekening daarvan wordt ook de ontvangen schenking meegeteld. De legitieme van A komt dan uit op 1/4e van 60.000 = € 15.000,00

Conclusie: A kan met een beroep op de legitieme aanspraak maken op de hele erfenis ad € 10.000,00 en daarnaast vorderen dat B aan hem een bedrag van € 5.000,00 betaalt. Daarmee zal A uitkomen op een verkrijging van € 15.000,00.

4. Wanneer kan ik mijn legitieme opeisen?

Als de overledene ten tijde van zijn overlijden een echtgenoot achterlaat, hoeft de legitieme pas te worden uitgekeerd op het moment van overlijden van de langstlevende echtgenoot. Een zelfde voorziening kan middels een testament worden getroffen ten behoeve van een partner als er een gemeenschappelijke huishouding wordt gevoerd.

Tot het moment van opeisbaarheid  is de echtgenoot/partner volledig vrij om over het door hem/haar geërfde te beschikken en daar op in te teren. Er hoeft met andere woorden geen zekerheid gesteld te worden voor de legitieme.

Als er geen langstlevende echtgenoot of partner meer is dan wordt  het bedrag ter waarde van de legitieme zes maanden na het overlijden opeisbaar.

Let wel dat – ook al is de legitieme nog niet opeisbaar – er wel binnen vijf jaar na het overlijden van de ouder kenbaar aanspraak gemaakt moet worden op de legitieme. Deze termijn van 5 jaar is een vervaltermijn, dat betekent dat verlenging daarvan niet mogelijk is.

5. Hoe doe ik een beroep op mijn legitieme?

De mogelijkheid om een beroep te doen op de legitieme vervalt vijf jaar na het overlijden. Dat geldt ook als de legitieme nog niet opeisbaar is omdat de langstlevende ouder nog leeft. Deze termijn van 5 jaar is een vervaltermijn, dat betekent dat verlenging daarvan niet mogelijk is.

De wet stelt: “De mogelijkheid om aanspraak te maken op de legitieme portie vervalt, indien de legitimaris niet binnen een hem door een belanghebbende gestelde redelijke termijn, en uiterlijk vijf jaren na het overlijden van de erflater, heeft verklaard dat hij zijn legitieme portie wenst te ontvangen.
De wet stelt geen formele eisen aan de inhoud van een beroep op de legitieme.

Een beroep op de legitieme kan ook mondeling gedaan worden. Om te voorkomen dat er later discussie ontstaat of het beroep al dan niet (tijdig) is gedaan, is het wel raadzaak er voor te zorgen dat kan worden aangetoond dat het beroep op de legitieme gedaan is, bijvoorbeeld door het schriftelijk bij aangetekend schrijven kenbaar te maken.
De wet zegt niet tegen wie de legitimaris zijn verklaring moet afleggen. Het ligt voor de hand dat de legitimaris deze verklaring kenbaar moet maken bij degene op wie hij zijn vordering verkrijgt, dus de gezamenlijke erfgenamen of de langstlevende ouder.

FIxed-fee / vast tarief

Heeft u een vraag over een erfenis of bijzonder familierecht of is er een probleem en wilt u weten waar u aan toe bent?
Erfrecht voor een vast tarief:

  • Een mondeling advies door middel van een adviesgesprek
  • Een schriftelijk uitgewerkt advies
  • Een combinatie van beide

Santema advocatuur biedt de mogelijkheid voor een advies of een adviesgesprek op maat op basis van een vast tarief.
Helder en Duidelijk!

Heeft u een erfrecht vraag of een probleem en wilt u weten waar u aan toe bent?
Santema advocatuur biedt de mogelijkheid voor een advies of een adviesgesprek op maat op basis van een vast tarief . Helder en Duidelijk!

legitieme portie

Verdeling nalatenschap.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 24-05-2016
Datum publicatie 03-06-2016
Zaaknummer 200.171.269/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep

Omvang legitieme portie. Vraag of opgenomen gelden al of niet een gift zijn (geweest). Erkenning dat geld is opgenomen, maar ten titel van schenking is een ja.. maar verweer. Geen specifiek bewijsaanbod ter zake deze titel (gift) gedaan. Onrechtmatige toe-eigening van gelden noopt tot schadevergoeding aan de gezamenlijke erfgenamen (nalatenschap). Wettelijke rente. Vordering tot verdeling. Lees verder opRechtspraak.nl

Rechten en plichten erfgenamen

Wat moet ik doen als ik niet of onvoldoende word geïnformeerd bij een nalatenschap / erfenis? Wat zijn mijn rechten en plichten als erfgenaam ten opzichte van andere erfgenamen?
Erfgenaam nalatenschap rechten en plichten

Rechten en plichten van erfgenamen.

1. Wat moet ik doen als ik niet of onvoldoende word geïnformeerd bij een nalatenschap / erfenis?

Erfgenamen zijn verplicht elkaar alle gegevens te verstrekken die voor de bepaling van hun erfrechtelijke posities van belang zijn.

Voorafgaand aan een verdeling heeft iedere deelgenoot het recht een boedelbeschrijving te vorderen.
Een boedelbeschrijving houdt in dat alle tot de nalatenschap behorende goederen en zaken worden beschreven, zowel de baten als de lasten.

Een boedelbeschrijving kan onderhands worden opgesteld, maar ook door een notaris in de vorm van een notariële akte.
In een notariële akte wordt de boedelbeschrijving in de meeste gevallen onder ede bevestigd.

Het is mogelijk om de kantonrechter een boedelbeschrijving te laten bevelen.
De kantonrechter zal daartoe een notaris aanwijzen.
De kosten van de werkzaamheden van de notaris worden aangemerkt als boedelkosten.
Dit betekent dat de kosten voor rekening komen van de erfgenamen.

Het afleggen van een eed omtrent de juistheid van de boedelbeschrijving lijkt op het eerste gezicht gratuit.
Maar let wel dat wanneer blijkt dat er toch zaken buiten beschouwing zijn gelaten er in feite meineed is gepleegd en dat op het plegen van meineed  strafrechtelijke sancties staan.

Daarnaast geldt dat een erfgenaam die opzettelijk tot de nalatenschap behorende goederen verzwijgt, zoek maakt of verborgen houdt, zijn aandeel daarin aan de overige erfgenamen verbeurt  (artikel 3:194 lid 2 BW).

2. Wat zijn mijn rechten en plichten als erfgenaam ten opzichte van andere erfgenamen?

De nalatenschap vormt een onverdeelde gemeenschap waartoe alle erfgenamen ieder voor een gelijk deel gerechtigd zijn.

Juridisch wordt deze gezamenlijke eigendom aangeduid als een gemeenschap en de gerechtigden (erfgenamen) als deelgenoten.

Alle tot de nalatenschap behorende goederen zijn mede-eigendom van alle erfgenamen zolang er nog niet verdeeld is. Dit betekent dat niet over de boedel (zowel inboedel als banktegoeden) kan worden beschikt zonder medewerking en/of instemming van alle deelgenoten.

Met daden van beschikking worden handelingen bedoeld als verkopen, verhuren of verpachten van de grond c.q. de woning.

Voor het overige geschiedt het beheer van de gemeenschap door de deelgenoten tezamen. Onder beheer wordt begrepen “alle handelingen die voor de normale exploitatie van het goed dienstig kunnen zijn, waaronder ook het aannemen van aan de gemeenschap verschuldigde prestaties”.

Bepaalde handelingen die kunnen beschouwd als beheersdaden kunnen door iedere deelgenoot afzonderlijk worden verricht. Hierbij gaat het om handelingen dienende tot gewoon onderhoud of tot behoud van de zaak en handelingen die geen uitstel kunnen lijden.

Deelgenoten kunnen onderling afspraken maken over het beheer van de gemeenschap. Op verzoek van een belanghebbende partij kan de kantonrechter desnoods een beheersregeling treffen.

Erfgenamen zijn verplicht elkaar alle gegevens te verstrekken die voor de bepaling van hun erfrechtelijke posities van belang zijn. Voorafgaand aan een verdeling heeft iedere deelgenoot het recht een boedelbeschrijving te vorderen.

Een erfenis aanvaarden?

Moet ik de erfenis aanvaarden? En op welke wijze?

Als u op grond van de wet of door middel van een testament als erfgenaam bent aangewezen, is allereerst de vraag of u de erfenis wilt aanvaarden en zo ja, op welke wijze.

Erfenis aanvaarden of verwerpen?

Als (eventuele) erfgenaam heeft u drie mogelijkheden:

  • Zuiver aanvaarden van de nalatenschap
  • Verwerpen van de nalatenschap
  • Beneficiair aanvaarden

Zuiver aanvaarden


Door zuiver te aanvaarden wordt u erfgenaam en treedt u (samen met uw mede-erfgenamen) in de rechten en plichten van de overledene.
Dit wordt in erfrechtelijke termen ook wel de “saisine” genoemd en vormt één van de basisbeginselen van het erfrecht: de erfgenamen zetten als het ware de positie van de erflater voort.
Dit betekent ook dat, in het geval dat er meer schulden dan bezittingen tot de nalatenschap behoren, u met uw privévermogen (mede-)aansprakelijk wordt voor de schulden.

“Een zuivere aanvaarding komt soms tot stand zonder er bij stil te staan.”

Het zuiver aanvaarden van de nalatenschap kan vorm vrij gebeuren door daar uitdrukkelijk een verklaring over af te leggen, maar kan ook worden afgeleid uit het feit dat iemand zich als erfgenaam gedraagt.
De wet spreekt van het zich gedragen als ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam.

Per 1 september 2016 is de Wet “bescherming erfgenamen tegen schulden” in werking getreden.

Zoals uit de titel al blijkt is het daarvan de bedoeling om erfgenamen meer bescherming te bieden tegen schulden die verbonden zijn aan een erfenis.
Lees meer:  Per 1 september 2016 is de wet aangepast.

Een erfgenaam gedraagt zich als ondubbelzinnig en zonder voorbehoud zuiver aanvaard hebbende erfgenaam door goederen van de nalatenschap te verkopen, te bezwaren of door op andere wijze goederen van de nalatenschap aan het verhaal van schuldeisers te onttrekken.

Met deze nieuwe tekst is bedoeld een duidelijker onderscheid te maken tussen handelingen die strekken tot het beheren van de nalatenschap en het beschikken daarover. Op het moment dat iemand als “heer en meester” beschikt over de goederen van de nalatenschap door die bijvoorbeeld te verkopen, is dat een handeling die leidt tot zuivere aanvaarding.

Ten opzichte van de oude wettekst is er minder snel sprake van zuivere aanvaarding door ondoordachte handelingen.

Verwerpen van de nalatenschap

Na verwerping wordt u geacht nimmer erfgenaam te zijn geweest. U heeft dan geen enkele aanspraak op de erfenis – u verkrijgt niets – maar ook eventuele schulden van de nalatenschap kunnen niet op u worden verhaald.
Om een erfenis te verwerpen moet een speciale akte worden opgesteld bij de griffie van de rechtbank. Hier zijn kosten aan verbonden.

Beneficiaire aanvaarding

Als u beneficiair aanvaardt wordt u wel erfgenaam, maar bent u niet met uw eigen vermogen aansprakelijk voor de schulden van de nalatenschap. U wordt dan slechts aansprakelijk voor de schulden van de nalatenschap, voor zover er in die nalatenschap baten aanwezig zijn. Er wordt als het ware een muur opgetrokken tussen de erfenis en uw eigen privé-vermogen. Om een erfenis beneficiair te aanvaarden moet een speciale akte worden opgesteld bij de griffie van de rechtbank. Hier zijn kosten aan verbonden.

Bij een beneficiaire aanvaarding dienen er wel een aantal formaliteiten in acht te worden genomen, de wettelijke vereffeningsprocedure.

Een eenmaal gemaakte keuze is onherroepelijk.

Verdere gevolgen van het aanvaarden of verwerpen

Als eenmaal zuiver is aanvaard, kan niet meer worden verworpen of andersom.
Slechts onder bijzondere omstandigheden kunt u een gemaakte keus ongedaan maken. Wordt u na een zuivere aanvaarding geconfronteerd met schulden van de erflater waardoor de erfenis een negatief saldo krijgt? Onderneem onmiddellijk actie en laat u goed adviseren.

Een van de erfgenamen weigert om een keus te maken, wat nu?

Als een (potentiële) erfgenaam geen keuze wil maken leidt dat vaak tot een impasse in de afwikkeling van de nalatenschap.
Bijvoorbeeld kan dan geen verklaring van erfrecht afgegeven worden door de notaris.


Als een erfgenaam weigert een keuze kenbaar te maken kan de kantonrechter worden gevraagd de betreffende erfgenaam een termijn te stellen waarbinnen de keus omtrent het aanvaarden van de nalatenschap moet worden gedaan. Als de erfgenaam die termijn laat verlopen dan wordt hij/zij geacht de nalatenschap zuiver te hebben aanvaard.

Een eenmaal gemaakte keuze is onherroepelijk


Een andere mogelijkheid is dat wanneer één van de erfgenamen beneficiair aanvaardt en de erfgenaam die nog geen keus heeft gemaakt daarvan in kennis wordt gesteld, ook hij of zij geacht wordt beneficiair te aanvaarden.
Dit laatste tenzij binnen 3 maanden na het bekend worden met de beneficiaire aanvaarding van de ene, de ander alsnog verwerpt of zuiver aanvaardt.

Wat gebeurt er met mijn erfdeel als ik verwerp?

Wanneer u uw erfdeel verwerpt, schuift uw erfdeel als het ware door naar de eerst volgende erfgenaam/erfgenamen die daarvoor in aanmerking komt/komen. Het is afhankelijk van de omstandigheden van het geval waar uw erfdeel terecht komt, onder andere van de vraag of er al dan niet een testament gemaakt is.

Kan ik een gedane keus ongedaan maken?

In beginsel is het antwoord nee.
Een eenmaal gemaakte keus om zuiver of beneficiair te aanvaarden of te verwerpen is onherroepelijk en kan niet ongedaan worden gemaakt.

Per 1 september 2016 is nieuwe wetgeving ingevoerd waarbij nieuwe regels zijn gesteld over het aanvaarden van een nalatenschap. Onderdeel daarvan is een nieuwe regel voor “onverwachte schulden”. Nadat een erfenis al is aanvaard komen erfgenamen soms onverwacht voor onaangename verassingen te staan als achteraf blijkt dat de overledene veel meer schulden had dan verwacht.

De hoofdregel blijft dat een eenmaal gemaakte keus onherroepelijk is.

Als er eenmaal zuiver is aanvaard, kun je niet alsnog de erfenis verwerpen of beneficiair aanvaarden. Echter, in het geval van onverwachte schulden is het nu mogelijk om met toestemming van de kantonrechter de zuivere aanvaarding om te zetten naar een beneficiaire aanvaarding, zodat de erfgenaam niet meer met privé-vermogen aansprakelijk is voor de schulden.

Het zal in de praktijk moeten blijken hoeveel toegevoegde waarde deze nieuwe regel heeft. Met name is nog niet duidelijk hoe de rechter om zal gaan met het begrip “onverwachte schuld”. In  praktijk blijkt dat de rechter wel kritisch is als het gaat om de vraag of de schuld daadwerkelijk “onverwacht” was voor de erfgenaam.


Santema Advocatuur is gespecialiseerd in Erfrecht.
Het kantoor richt zich 100% op alles wat met erfrecht te maken heeft.
Ook voor Agrarischerfrecht

Is er een verjaringstermijn voor het nietig verklaren van een testament bij wilsonbekwaamheid?

Verjaringstermijn testament:

Bij dit soort kwesties moet een goed onderscheid gemaakt worden tussen vernietigbare rechtshandelingen en nietige rechtshandelingen.
(Het opstellen van een testament kan worden aangemerkt als een rechtshandeling.)

Nietige rechtshandelingen worden geacht nimmer rechtskracht te hebben gehad.

Bij vernietigbare rechtshandelingen, het woord geeft het al aan, zal een beroep gedaan moeten worden op de vernietigbaarheid.
Als dat niet (tijdig) wordt gedaan, vervalt de mogelijkheid daar nog tegen in actie te komen.

Bijvoorbeeld een testament dat is gemaakt op grond van bedreiging, bedrog of onjuiste beweegredenen is vernietigbaar.

Als het gaat om een testament dat onder invloed van een geestelijke stoornis is gemaakt dan is er sprake van een nietig testament.

Een vordering tot vernietiging van een testament verjaart een jaar na het overlijden van degene die het testament heeft gemaakt of uiterlijk na drie jaar (één en ander afhankelijk van het tijdstip waarop de vernietigingsgrond bekend geworden is).

Deze termijnen gelden niet voor een nietig testament.
Er is met andere woorden geen wettelijke termijn waarbinnen de nietigheid van een testament moet worden vastgesteld, anders dan de algemeen geldende verjaringstermijn van 20 jaar.

Overigens zou ik een dergelijke kwestie niet zo lang op de plank laten liggen.
U moet terdege rekening houden met bewijsproblematiek, maar bovendien zou u ook op enig moment uw rechten kunnen verwerken.

 

Wilt u meer weten over het erfrecht of bijzonder familierecht?
Neem gerust contact met ons op!


Verjaringstermijn testament Bij dit soort kwesties moet een goed onderscheid gemaakt worden tussen vernietigbare rechtshandelingen en nietige rechtshandelingen.

VERNIETIGING VAN AFGIFTE LEGATEN WEGENS WILSONBEKWAAMHEID VAN EXECUTEUR. VERDELING VAN NALATENSCHAP VAN VADER KAN PAS NA VERDELING VAN ONTBONDEN HUWELIJKSGOEDERENGEMEENSCHAP.

Datum uitspraak 16-03-2016
Datum publicatie 21-03-2016
Rechtsgebieden Civiel recht
Inhoudsindicatie: Erfrecht

In deze zaak stond mr. Santema een aantal erfgenamen bij die waren benadeeld door de wijze waarop de nalatenschap was afgewikkeld. Aangetoond kon worden dat er bij de moeder van partijen ten tijde van het tekenen van de notariële akte sprake was van een vergaande dementie. De rechtbank ging daarom over tot vernietiging van de middels die akte verrichte rechtshandelingen.

Lees de hele uitspraak hieronder:

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
16-03-2016
Datum publicatie
21-03-2016
Zaaknummer
C/17/141854 / HA ZA 15-153
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg – enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie
Erfrecht

Vernietiging van afgifte legaten wegens wilsonbekwaamheid van executeur.
Verdeling van nalatenschap van vader kan pas na verdeling van ontbonden huwelijksgoederengemeenschap. Geschil over schuld aan één van de kinderen.

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling privaatrecht
Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/141854 / HA ZA 15-153Vonnis van 16 maart 2016
in de zaak van
1 [eiser 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats] ,
eisers, advocaat: mr. W.S. Santema te Drachten,
tegen

1 [gedaagde 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde, advocaat: mr. G.J. van Kammen te Leeuwarden,
2. [gedaagde 2],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde, niet verschenen.
Partijen zullen hierna [eiser 1] , [eiser 2] , [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd worden.
1 De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 30 september 2015
de brief van 13 november 2015 van mr. Santema met aanvullende producties
het proces-verbaal van comparitie van 27 november 2015.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten
2.1.
Het geschil betreft de nalatenschap van de op [datum in] 1931 te [woonplaats] geboren, en op [datum in] 2012 in de gemeente [X] overleden heer [A] , hierna te noemen: erflater. Erflater was in gemeenschap van goederen gehuwd met de op [datum in] 1930 in de gemeente [Y] geboren, en op [datum in] 2015 overleden mevrouw [B] , hierna te noemen: [B] . Partijen zijn de kinderen van erflater en [B] .
2.2.
Partijen en [B] waren de gezamenlijke erfgenamen van erflater. Erflater heeft bij testament van 5 februari 1976 over zijn nalatenschap beschikt. Erflater heeft daarbij aan [B] een keuzelegaat vermaakt, alsmede een vruchtgebruiklegaat over zijn gehele nalatenschap. Tot slot is [B] benoemd tot executeur van zijn nalatenschap.
2.3.
Bij notariële akte van 16 juni 2004 heeft erflater, ter uitvoering van een mondelinge koopovereenkomst, een perceel grond aan en nabij de [straatnaam] te [woonplaats] geleverd aan [gedaagde 1] voor een koopsom van € 7.500,–. Hierop is een nieuwe loods gebouwd.
2.4.
Bij notariële akte van 17 juli 2009 hebben erflater en [B] , ter uitvoering van een op 29 april 2009 gesloten koopovereenkomst, de echtelijke woning met bestaande loods aan de [straatnaam] te [woonplaats] geleverd aan [gedaagde 1] (en zijn toenmalige partner mevrouw [C.] ) voor een koopsom van € 285.000,–. Blijkens een taxatierapport van Makelaardij Roos Noordoost-Friesland van 10 oktober 2008 is het verkochte per 30 september 2008 getaxeerd op een onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik van € 310.000,–.
2.5.
Bij notariële akte van 16 augustus 2013, verleden door waarnemend kandidaat-notaris mr. D.A. de Haan-Wijma, is [B] in hoedanigheid van executeur overgegaan tot afgifte aan zichzelf van het keuzelegaat ter zake van alle bezittingen die erflater ten tijde van zijn overlijden samen met haar had, alsook van het legaat van vruchtgebruik.
2.6.
Tevens is [B] bij voornoemde akte overgegaan tot de boedelbeschrijving van de huwelijksgoederengemeenschap waarin begrepen de nalatenschap van erflater, waarin de navolgende schuld is opgenomen:
Schuld aan zoon [gedaagde 1] i.v.m. door en voor zijn rekening gedane investeringen in de woning/schuur van zijn ouders, conform bijlage ad € 54.718,04, te vermeerderen met € 7.500,– i.v.m. door en voor zijn rekening aangekochte grond voor zijn ouders, ofwel in totaal € 62.218,04.
2.7.
[B] is op 12 maart 2014 onder curatele gesteld. Daartoe is [B] op 14 oktober 2013 onderzocht door de heer drs. L. Postma, een aan Zorggroep Pasana De Sionsberg te Dokkum verbonden GZ-psycholoog. In een brief van 21 oktober 2013 (aan mevrouw drs. E.M. Hessels-Van der Leij, neuroloog bij De Sionsberg) heeft drs. Postma onder meer het volgende geschreven:
Bij mevr. [B] worden in dit onderzoek ernstige en uitgebreide cognitieve functiestoornissen aangetroffen. (…) Ze vertoont het beeld van een reeds gevorderde dementie.
2.8.
In een brief van 18 september 2014 heeft drs. Postma onder meer het volgende aan het kantoor van mr. Santema geschreven:
Zeer waarschijnlijk was er op 16 augustus 2013 ook al sprake van een gevorderd dementieel beeld. (…) Waarschijnlijk moet dit voor derden waarneembaar zijn geweest. (…) Het is niet waarschijnlijk, dat mevr. [B] de inhoud van de akte en de bijbehorende bijlagen heeft begrepen en de gevolgen daarvan heeft kunnen overzien.
3 De vordering
3.1.
[eiser 1] en [eiser 2] vorderen dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. alle middels notariële akte van 16 augustus 2013 door [B] verrichte rechtshandelingen nietig verklaart dan wel vernietigt;

2. de verdeling van de nalatenschap van erflater beveelt, de wijze van verdeling in goede justitie vaststelt zoals hieronder weergegeven en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] daarbij veroordeelt te gehengen en te gedogen dat de nalatenschap wordt verdeeld op de wijze zoals door de rechter wordt vastgesteld;
3. de (wijze van) verdeling van de nalatenschap vaststelt als volgt:
a. de omvang en samenstelling van de nalatenschap van erflater ten tijde van zijn overlijden vast te stellen conform de boedelbeschrijving van 16 augustus 2013, met uitzondering van de gestelde schuld aan [gedaagde 1] ;
b. alle goederen van de nalatenschap toe te delen aan [gedaagde 1] , onder gehoudenheid aan [eiser 1] en [eiser 2] de overwaarde (wegens overbedeling) uit te keren conform artikel 3:185 lid 2 sub b BW aan [eiser 1] en [eiser 2] , ieder ad € 20.559,65;
c. [gedaagde 1] te verplichten de wettelijke rente te vergoeden over de aan [eiser 1] en [eiser 2] toekomende bedragen vanaf datum dagvaarding dan wel vanaf de datum vonnis.
3.2.
[gedaagde 1] voert verweer, met conclusie dat de rechtbank bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad [eiser 1] en [eiser 2] in hun eisen niet-ontvankelijk verklaart, althans deze te verwerpt en de verdeling vaststelt overeenkomstig de boedelbeschrijving zoals door de executeur is vastgesteld.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil en de beoordeling daarvan
De geldigheid van de notariële akte van 16 augustus 2013
4.1.
[eiser 1] en [eiser 2] leggen – samengevat – aan het onder 1 gevorderde ten grondslag dat [B] wilsonbekwaam was, zodat de in de notariële akte van 16 augustus 2013 vervatte afgifte van legaten nietig dan wel vernietigbaar is. Hiertoe verwijzen [eiser 1] en [eiser 2] naar de twee brieven van drs. Postma (r.o. 2.7 en 2.8), waaruit volgens hen volgt dat er reeds op genoemde datum sprake was van een vergevorderde dementie waardoor [B] de inhoud van de akte en de bijbehorende bijlagen niet heeft kunnen overzien.

4.2.
[gedaagde 1] betwist dat er sprake was van dementie bij [B] . Volgens hem leveren de overgelegde brieven van drs. Postma geen bewijs daarvan. Dementie kan niet door een psycholoog worden vastgesteld en het onderzoek door drs. Postma heeft bovendien pas plaatsgevonden na de ondertekening van de notariële akte van 16 augustus 2013, zodat er geen conclusies over de toestand van [B] op een eerdere datum kunnen worden getrokken.

4.3.
De rechtbank stelt voorop dat [B] op 16 augustus 2013 nog handelingsbekwaam was nu de ondercuratelestelling dateert van 12 maart 2014, derhalve van na het passeren van de notariële akte waarin de legaten aan haar zijn afgegeven.

Gelet op de hiervoor onder 2.7 en 2.8 weergegeven brieven van drs. Postma in onderling verband bezien, is de rechtbank van oordeel dat [eiser 1] en [eiser 2] voldoende hun stelling hebben onderbouwd dat bij [B] sprake was van een vergaande dementie die tevens aanwezig was op het tijdstip van ondertekening van de notariële akte en die een zelfstandig optreden van [B] verhinderde. De enkele ontkenning door [gedaagde 1] van de bevindingen van drs. Postma acht de rechtbank onvoldoende.

Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan niet worden aangenomen dat drs. Postma als psycholoog niet deskundig genoeg is om aan de hand van een door hemzelf uitgevoerd onderzoek dementie (en de ernst daarvan) vast te stellen. Voorts zijn er door [gedaagde 1] geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit volgt dat [B] , in weerwil van de bevindingen van drs. Postma, op het moment van het ondertekenen van de notariële akte wel wilsbekwaam was. Nu [gedaagde 1] niet heeft voldaan aan de in het kader van het door hem gevoerde verweer op hem rustende stelplicht, komt daarmee vast te staan dat [B] de ondertekening van de notariële akte van 16 augustus 2013 heeft verricht onder invloed van een geestelijke stoornis. De rechtbank overweegt vervolgens dat het [gedaagde 1] , mede gezien de brief van 18 september 2014 van drs. Postma, duidelijk moet zijn geweest dat [B] in een zorgelijke psychische toestand verkeerde, temeer nu vaststaat dat [gedaagde 1] haar in de betreffende periode regelmatig zag en sprak. Dit alles leidt tot de slotsom dat de rechtbank het beroep door [eiser 1] en [eiser 2] op een vernietigingsgrond ter zake van de door [B] ondertekende notariële akte, aanvaardt. Het onder 1 gevorderde zal dus worden toegewezen, met dien verstande dat de rechtbank tot vernietiging zal overgaan omdat het hier gaat om meervoudige rechtshandelingen.

De verdeling van de nalatenschap van erflater

4.4.
[eiser 1] en [eiser 2] leggen – samengevat – het volgende aan de onder 2 en 3 gevorderde verdeling ten grondslag. In de boedelbeschrijving van 16 augustus 2013 is ten onrechte een schuld van € 62.218,04 van erflater aan [gedaagde 1] opgenomen. Een schuldbekentenis ontbreekt en niet valt in te zien hoe de door [gedaagde 1] gestelde investeringen/verbeteringen tot een schuld van de ouders van partijen aan [gedaagde 1] zouden hebben kunnen leiden. Alleen [gedaagde 1] had profijt bij die investeringen/verbeteringen en bovendien mocht hij de oude loods bij de woning en de nieuwe loods op het naastgelegen perceel gebruiken zonder daarvoor enige vergoeding verschuldigd te zijn. De kosten die [gedaagde 1] gemaakt zou hebben zijn bovendien al verdisconteerd in een kwijtschelding bij de aankoop door [gedaagde 1] van de woning in 2009, die op een veel hogere waarde was getaxeerd dan de door hem betaalde koopprijs. Tot slot voeren [eiser 1] en [eiser 2] aan dat het bedrag van € 54.718,04 achteraf tot stand is gekomen aan de hand van een raming door een extern bouwbedrijf en niet op basis van de daadwerkelijk door [gedaagde 1] gemaakte kosten.

[eiser 1] en [eiser 2] vervolgen hun betoog met de stelling dat [gedaagde 1] in 2004 het naast de echtelijke woning gelegen perceel voor € 7.500,– gekocht heeft, zodat niet goed te begrijpen valt dat het betreffende bedrag in de boedelbeschrijving terugkomt als een schuld van de ouders van partijen aan [gedaagde 1] . [eiser 1] en [eiser 2] betwisten in dit verband de juistheid van het door [gedaagde 1] als productie 4 bij de conclusie van antwoord overgelegde overzicht; volgens hen is er geen sprake van dat [gedaagde 1] teveel aan de ouders van partijen betaald zou hebben.

Bij de verdeling van de nalatenschap van erflater dient volgens [eiser 1] en [eiser 2] voor het overige wel de boedelbeschrijving te worden aangehouden. De huwelijksgemeenschap bedraagt dus € 170.017,93. De helft daarvan vormde de nalatenschap van erflater, waarop de uitvaartkosten in mindering komen, zodat het saldo van de nalatenschap neerkomt op € 82.238,60. [eiser 1] en [eiser 2] vorderen dat alle goederen van de nalatenschap van erflater aan [gedaagde 1] worden toebedeeld, onder gehoudenheid de overwaarde (wegens overbedeling) uit te keren aan [eiser 1] en [eiser 2] . Aan hen komt elk een bedrag toe van € 20.559,65 (zijnde 1/4e van € 82.238,60).

4.5.
[gedaagde 1] voert – samengevat – het volgende tot zijn verweer aan. Ter voorkoming van (verdere) discussie tussen de kinderen, heeft [B] kort na het overlijden van erflater er bewust ervoor gekozen om de schuld aan [gedaagde 1] op papier te zetten. Hiertoe heeft [B] aan [gedaagde 1] verzocht om een calculatie te laten maken van de kosten die hij gemaakt heeft ten behoeve van de verbouw van de oude loods bij de woning en de nieuwe loods op het naastgelegen perceel. Ook heeft [B] [gedaagde 1] tot haar enig erfgenaam benoemd en de andere kinderen onterfd.

De in de leveringsakte van 17 juli 2009 (r.o. 2.4) vermelde koopprijs is onjuist. In werkelijkheid bedroeg de koopprijs € 310.000,– en heeft [gedaagde 1] hiervan een gedeelte groot € 25.000,– in contanten aan de ouders van partijen voldaan. Van kwijtschelding is geen sprake geweest. [gedaagde 1] heeft de loods bij de woning geheel verbouwd en er zijn verbeteringen verricht voor een totaalbedrag van ongeveer € 54.000,–. Dat bedrag is door een expert vastgesteld. Het betrof een langjarig project, zodat er achteraf een taxatierapport is gemaakt van de uitgevoerde werkzaamheden.

Het naastgelegen perceel heeft [gedaagde 1] gekocht in 2004 voor een bedrag van € 27.226,81, waarbij hij de mogelijkheid kreeg om het verschuldigde in termijnen te voldoen. In de periode van 2002 tot en met 2010 heeft [gedaagde 1] in totaal € 27.226,81 in contanten aan erflater en/of [B] voldaan, waartoe hij verwijst naar het als productie 4 bij de conclusie van antwoord overgelegde overzicht. Achteraf is het [gedaagde 1] gebleken dat hij in 2004 al een bedrag van € 7.500,– via de bank had overgemaakt, zodat hij teveel aan de ouders van partijen heeft betaald. Zodoende is ook dat bedrag als schuld in de boedelbeschrijving opgenomen.

Voor wat betreft de (wijze van) verdeling van de nalatenschap van erflater is [gedaagde 1] ermee akkoord dat alle goederen aan hem worden toebedeeld, met dien verstande dat hij ter comparitie heeft verklaard dat het maar de vraag is of hij het gevorderde overbedelingsbedrag kan betalen.

4.6.
Partijen verschillen van mening over de samenstelling van de nalatenschap van erflater als het gaat om de vraag of de ouders van partijen een schuld van € 62.218,04 aan [gedaagde 1] hadden. De rechtbank oordeelt hierover als volgt. [gedaagde 1] baseert zijn stellingen kennelijk op een met [B] , na het overlijden van erflater, gemaakte afspraak. Uit de notariële akte van 16 augustus 2013 blijkt dat [B] , in haar hoedanigheid van executeur van de nalatenschap van erflater, een boedelbeschrijving heeft opgesteld waarin de genoemde schuld is opgenomen. Aan deze schulderkenning kan [gedaagde 1] echter, gelet op het feit dat de in de notariële akte vervatte rechtshandelingen wegens wilsonbekwaamheid van [B] voor vernietiging vatbaar zijn, geen rechten meer ontlenen nu ook die rechtshandeling door de uitgesproken vernietiging wordt getroffen.

Voor zover [gedaagde 1] bedoeld heeft te stellen dat ook zonder die afspraak met [B] een vordering op de ouders van partijen zou zijn ontstaan omdat zij door het feit dat [gedaagde 1]
€ 54.718,04 aan eigen geld in de verbouwing heeft gestoken zouden zijn verrijkt, overweegt de rechtbank dat – aangenomen dat de ouders van partijen daardoor inderdaad zijn verrijkt – dit enkele feit geen grondslag voor een vordering van [gedaagde 1] jegens hen oplevert. In het bijzonder is niet gebleken van feiten of omstandigheden waaruit kan worden opgemaakt dat het hier gaat om een ongerechtvaardigde verrijking. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat [eiser 1] en [eiser 2] onweersproken hebben aangevoerd dat alleen [gedaagde 1] profijt had bij de verbouwing en dat hij de beide loodsen om niet in gebruik had.

Voor zover [gedaagde 1] voorts bedoeld heeft te stellen dat een vordering op de ouders van partijen zou zijn ontstaan omdat [gedaagde 1] een bedrag van € 7.500,– onverschuldigd aan hen heeft betaald, overweegt de rechtbank als volgt. Uit de leveringsakte van 16 juni 2004 (r.o. 2.3) blijkt niet dat, zoals [gedaagde 1] betoogt, de koopsom € 27.226,81 bedraagt. Hierin staat slechts een bedrag van € 7.500,– vermeld.

Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is het onbegrijpelijk hoe het als productie 4 bij de conclusie van antwoord overgelegde overzicht op de betaling van de koopsom voor het perceel grond aan en nabij de [straatnaam] te [woonplaats] betrekking kan hebben. Daarbij neemt de rechtbank ook in aanmerking dat het door [gedaagde 1] overgelegde overzicht uitgaat van betalingen vanaf 4 januari 2002, derhalve aanmerkelijk eerder dan het moment waarop de levering van het naastgelegen perceel heeft plaatsgevonden. De rechtbank gaat dan ook, wegens gebrek aan onderbouwing, aan het betoog van [gedaagde 1] voorbij.

Dit alles leidt tot de slotsom dat de rechtbank bij de vaststelling van (de wijze van) verdeling van de nalatenschap van erflater de litigieuze schuld € 62.218,04 aan [gedaagde 1] buiten beschouwing zal laten.

4.7.
Het onder 2 en 3 gevorderde heeft uitsluitend betrekking op de nalatenschap van erflater. De rechtbank overweegt dat allereerst de omvang en wijze van verdeling van de, ten gevolge van het overlijden van erflater, ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van erflater en [B] vastgesteld dient te worden. Pas daarna kan de omvang en wijze van verdeling van de nalatenschap van erflater worden vastgesteld.

4.8.
De rechtbank stelt op grond van de bij de notariële akte van 16 augustus 2013 behorende boedelbeschrijving, die partijen voor het overige tot uitgangspunt wensen te nemen, vast dat de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap de volgende elementen bevat:

Bezittingen 1. Inboedelgoederen € 5.000,00 2. Vorderingen op de ABN AMRO Bank, wegens inlagen op a. vermogens spaarrekening nummer [1] , saldo 05/03/12 € 36.610,00 b. privérekening nummer [2] , saldo 05/03/12 € 511,59 c. groeigemak spaarrekening nummer [3] , saldo 05/03/12 € 405,29 3. Vordering op de Regiobank, wegens inlage op bonus spaarrekening nummer [4] , saldo 05/03/12 € 8.011,05 4. Vordering: geldlening aan zoon [gedaagde 1] , groot € 119.480,00 Totaal aan bezittingen € 170.017,93 Schulden € 0,00 4.9.
De rechtbank stelt de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap op de volgende wijze vast: – aan erflater wordt toebedeeld: – de onverdeelde helft van de inboedelgoederen (nr. 1); – de helft van de banksaldi (nrs. 2a, 2b, 2c en 3); – de onverdeelde helft van de vordering op [gedaagde 1] (nr. 4); – aan [B] wordt toebedeeld: – de onverdeelde helft van de inboedelgoederen (nr. 1); – de helft van de banksaldi (nrs. 2a, 2b, 2c en 3); – de onverdeelde helft van de vordering op [gedaagde 1] (nr. 4). 4.10.
De rechtbank stelt vervolgens vast dat de nalatenschap van erflater de volgende elementen bevat: Bezittingen – de onverdeelde helft van de inboedelgoederen € 2.500,00 – de helft van de banksaldi € 22.768,97 – de onverdeelde helft van de vordering op [gedaagde 1] € 59.740,00 Totaal aan bezittingen € 85.008,97 Schulden – uitvaartkosten € 2.770,37 4.11.


De rechtbank stelt de verdeling van de nalatenschap van erflater op de volgende wijze vast: – aan [gedaagde 1] wordt toebedeeld: – de onverdeelde helft van de inboedelgoederen; – de helft van de banksaldi; – de onverdeelde helft van de vordering op [gedaagde 1] ; – onder de verplichting voor [gedaagde 1] : – om de uitvaartkosten als eigen schuld voor zijn rekening te nemen; – om wegens overbedeling aan [eiser 1] , [eiser 2] , [gedaagde 2] en (de erfgenamen van) [B] elk een bedrag van (1/5e deel van € 85.008,97 – € 2.770,37 = ) € 16.447,72 te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na dagtekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening. 4.12.
Gelet op het familierechtelijke karakter van deze zaak, zullen de proceskosten worden gecompenseerd als na te melden. 5 De beslissing
De rechtbank 5.1.
vernietigt alle middels notariële akte van 16 augustus 2013 door [B] verrichte rechtshandelingen; 5.2.
stelt de verdeling van de nalatenschap van erflater vast op de wijze zoals hiervoor onder in r.o. 4.11 is overwogen; 5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.4.
compenseert de proceskosten aldus dat elk der partijen de eigen kosten draagt; 5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Sanna en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2016.1

Lees hier de hele uitspraak op rechtspraak.

 

Verjaringstermijn wilsonbekwaam