Er is discussie over de rechtsgeldigheid van een schenking. Hoe zit dat juridisch?
Geschreven door mr. W.S. Santema, advocaat gespecialiseerd in erfrecht
Wanneer is een schenking rechtsgeldig?
Schenkingen tussen ouders en kinderen zijn de normaalste zaak van de wereld. Onder het motto “beter met de warme dan met de koude hand” helpen ouders hun kinderen vaak financieel.
Deze pagina bespreekt de civielrechtelijke beoordeling van schenkingen, met name wanneer na overlijden discussie ontstaat over bewijs, misbruik van omstandigheden en de rechtsgeldigheid van de schenking.
Toch leidt deze vrijgevigheid soms tot twijfel of zelfs ruzie binnen families. Vooral bij overlijden komt geregeld de vraag op of een schenking wel rechtsgeldig was, of dat er misschien sprake is geweest van financieel misbruik. Uit cijfers blijkt dat jaarlijks duizenden ouderen slachtoffer worden van financieel misbruik – vaak binnen de eigen familiekring.
Bewijslast – hoe bewijs je dat een schenking rechtsgeldig tot stand is gekomen?
Als het gaat om schenkingen is vaak het motto: “eens gegeven blijft gegeven”.
Maar wat als een schenking tegen de zin van de gever tot stand is gekomen?
Of wanneer een geldbedrag al dan niet vrijwillig is afgestaan door de gever?
In zulke situaties ontstaat al snel een welles-nietes-discussie, juist omdat afspraken meestal in besloten kring worden gemaakt en er niets op papier staat.
Daarmee ontstaat vaak een bewijsprobleem: degene die moet aantonen of er wel of geen schenkingsafspraak is gemaakt, kan dat vaak niet. Als bijvoorbeeld de schenkende partij het geschonken bedrag terug wil vorderen, zal de schenker moeten aantonen dat de schenkingsovereenkomst niet rechtsgeldig is.
Misbruik van omstandigheden – wanneer is een schenking ongeldig?
De wet komt degene die slachtoffer is geworden van misbruik van omstandigheden te hulp en kent een bijzondere bewijslastverdeling bij dit soort discussies. Op het moment dat een schenking tot stand is gekomen op basis van misbruik van omstandigheden, is het aan de ontvangende partij om te bewijzen dat dit niet het geval is geweest.
Niet alle bewijsproblemen omtrent schenkingen kunnen op deze manier worden opgelost. Soms komt pas na het overlijden van vader of moeder aan het licht dat er geld is verdwenen, zoals in de navolgende zaak waar mr. W.S. Santema bij was betrokken.
Voorbeeld uit de praktijk – schenking of onterechte opname van spaargeld?
Na het overlijden van haar moeder kreeg de dochter het gevoel dat er iets niet klopte.
Er bleek veel minder spaargeld te zijn dan er volgens haar zou moeten zijn.
Na lang aandringen bleek dat twee broers in de dagen voor het overlijden van moeder een groot deel van het spaargeld hadden opgenomen. De broers stelden zich op het standpunt dat moeder dit geld aan hen had geschonken. Enig bewijs voor deze schenking konden zij niet leveren – maar ook de dochter kon andersom niet aantonen dat het niet zo was gegaan.
Er ontstond een juridische strijd over de bewijslast: wie moest aantonen of er wél of géén schenking was gedaan door moeder op haar sterfbed? De rechtbank oordeelde in eerste aanleg dat het aan de dochter was om aan te tonen dat er géén sprake was van een schenking. In hoger beroep besliste het Gerechtshof Den Haag echter anders: de bewijslast lag bij de broers, die moesten aantonen dat er wél sprake was van een schenking.
Omdat dit bewijs niet kon worden geleverd, bepaalde het Hof dat het geldbedrag moest worden teruggebracht in de nalatenschap.
Deze uitspraak onderstreept het belang van de rechtsgeldigheid van een schenking en de rol van de bewijslast bij familiegeschillen over geldopnames of giften.
Uitspraak GERECHTSHOF DEN HAAG.
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer: 200.171.269/01.
Zaak- rolnummer rechtbank: C/09/446105/HA ZA 13-749
Bron: Rechtspraak.nl
